image description

2017 Alle rechten voorbehouden door © Harry van Hest

Blogartikel

10 co - 975 HUWBARE MEISJES

Of : Hoe ik tot de ontdekking kwam dat een podium eigenlijk een veilige plek kan zijn.

Muzikaal ben ik een complete nul! Maar dat mag ik niet zeggen omwille van de beperkende overtuiging, dus ‘Muzikaal heb ik nog heel wat oefening nodig!’

Zelfs een eenvoudig liedje zingen lukt me ondertussen nog steeds niet. Want ik kan namelijk geen maat houden. Waarschijnlijk omdat ik gewoon verkeerd hoor. Ik zou als ik zing eigenlijk constant één oor moeten afschermen zoals je trompettisten soms ziet doen, dan lukt het mij al iets beter, maar dat is zo’n lullig zicht als je geen trompet vast hebt.

Dus als ik dan in mijn jonge jaren al een plaatje of toen eigenlijk vooral cassettes kocht, dan waren dat bandjes met de conferences van Toon Hermans, Wim Sonneveld, Paul van Vliet, Fons Janssens en al dat soort coryfeeën.
Het leek mij toen al een droom om op zo'n podium te staan en dan zalen vol mensen te kunnen doen lachen. Maar terzelfder tijd was ik ervan overtuigd, verlegen studentje als dat ik was, opgegroeid in een zeer bescheiden nest waar het credo was ‘doe maar gewoon dat is al gek genoeg’, dat dit niet voor mij was weggelegd.

Tot die avond op een ‘filmforum’.

Filmforum

Dat begrip op zich vraagt allicht wat toelichting.

Er is een (lange) tijd geweest dat de beruchte 'Katholieke Filmliga' besliste over welke films er door de goegemeente mochten gezien worden en welke niet. Films kregen dus een codering veel verdergaand dan 'kinderen al dan niet toegelaten'. Zo waren er bv in Antwerpen rond het Astridplein vlak bij het station, een aantal bioscopen waar een college-studentje sowieso geen voet mocht binnen zetten, wilde hij of zij niet in de ban van de kerk geslagen worden, of erger nog, ter plekke doodgebliksemd worden.

Om die risico's tot totale verdoemenis in te perken, en om ons toch vertrouwd te maken met het medium film (toen had nog niet elke kamer in ieders huis een televisie en de laptop moest nog uitgevonden worden) organiseerden de colleges voor hun studenten van de laatste twee jaren middelbaar, de ‘film-forums’.

Dat betekende dat een aantal donderdagen van de maand alle mogelijke laatstejaars uit de Antwerpse regio, verwacht werden in Elckerlyc.
Die zaal is nu, dankzij Studio 100 een polyvalente zaal voor ‘vermaeck ende jolijt’ maar was in onze tijd een bastion van educatie en opvoeding. De zaal behoorde trouwens toen (en misschien zelfs nu nog) tot het patrimonium van het college er vlak naast. (foto's)

Het was dan ook een van de paters van dat college, de EH Burvenich, die de verbale gastheer was van die stichtendefilm-avonden. Hij leidde telkens de film in die wij zouden te zien krijgen.
Het waren meestal films (sommigen zelfs nog in zwart-wit) zoals Antigone, Elektra, en allicht nog een hele resem andere Griekse tragedies waar ik de naam al lang van vergeten ben. Maar af en toe zat er toch ook wel eens een grappige film tussen, waarschijnlijk om onze moed erin te houden. Ik herinner mij zelfs nu nog scenes uit dat laatste soort films van toen, terwijl ik soms al moeite moet doen om te beschrijven wat ik gisteren op televisie zag.
Het zal waarschijnlijk dan ook zo'n humoristische film geweest zijn die de start betekende van mijn podium carrière.

Maar ik loop wat voorop

Elckerlyc had in dietijd 999 zitplaatsen. Het college waar ik het over heb, was en is een 'jezuïetencollege' en die orde staat erom bekend vol uitgekookte zakenlui te zitten. Die paters haddendan ook slim uitgevlooid, dat ze als ze 1000 plaatsen, slechts eentje meer dus, zouden voorzien, dat ze dan in een hogere belastingschijf terecht kwamen, vandaar dat slimme getal 999.
Dit faits divers lijkt triviaal maar is wel belangrijk voor de rest van mijn verhaal.

Want wij van het Sint Edmondus college, toen nog heel strikt 'alleen voor jongens', vaardigden naar het filmforum slechts één klas af van exact 23 leerlingen. Dat waren allemaal ‘mannetjes’, tussen de 17 en de 18 jaar, vol testosteron en andere post puberale deugnietenrij, waar ik er dus één van was. Nu hadden wij de meeval, dat wij met ons college telkens op de laatste donderdag van de maand in de film forum-programmatie zaten. Waarom ‘meeval’ ? Omdat wij op die manier telkens terecht kwamen in een zaal die verder uitsluitend gevuld was met meisjesscholen. Ik hoef er allicht geen tekeningetje bij te maken hoe dat die toevalligheid die forums voor ons een totaal andere dimensie gaf.
Onze prefect, die er uiteraard bij was om toch enigszins de tucht te handhaven en die tevens onze leraar Nederlands was, hoefde ons echt niet aan te manen op te schieten om tijdig in de zaal te zijn. Wij spurten als het ware naar Elcerlyc, met de bedoeling ons op de stoelen helemaal achteraan boven in de zaal te installeren. Dat we dan wat verder van het filmdoek af zaten deerde ons niet, want het zien binnenkomen van die 975 huwbare meisjes (hier heb je het) was uiteraard veel interessanter.

Terug naar EH Burvenich

Die sloot telkens zijn inleiding van de film af met de boodschap dat hij na de projectie van de film graag één meisje en één jongen op het podium zou zien om van gedachten te wisselen over de film. Allicht voelt u het stilaan al komen.

Ik weet niet of dat ik er op dat moment of  tijdens de film zelf al over zat te denken hoe ik tegenover de 22 andere klaskameraden (én onze leraar Nederlands) eindelijk eens indruk zou kunnen maken.
Die wisten al wel dat voordrachten of ‘spreekbeurten’ zoals dat toen heette, echt wel mijn ding waren, maar verder was ik zeker niet het haantje-de-voorste en zeker ook niet de slimste of de sterkste! Integendeel, ik stond eerder in het groepje van zij die niet stiekem een sigaretje durfden te roken op de speelplaats of die het waagden om via het fietsenhok de school uit te sluipen om in het snoepwinkeltje ‘petit princes’ te gaan kopen (en verder te verkopen).

Kwam daar nog bij dat het omgaan met meisjes helemaal niet mijn ding was en zeker niet met zo veel tegelijk . Ook wat dat betreft had opgroeien met alleen maar een broer, samen met de 'college-invloed' en de 'gescheiden jeugdbeweging' duidelijk sporen achter gelaten.
Ik was er in die periode dan ook van overtuigd dat ik nooit 'van 't straat zou geraken' zoals ik mij toen voelde en er uit zag. (zie foto 'van toen' met op de achterkant de woorden die ik nu als 'profetische' ervaar)  

Maar alles wees zichzelf uit na die ene film waarvan ik mij jammer genoeg de naam niet meer herinner. Want toen kwam er dus weer de uitnodiging van de moderator: één meisje en één jongen werden op het podium gevraagd.

Alsof het afgesproken was richtten 23 paar ogen zich op mij, en ik besefte dat als ik nu niet naar voren ging dat mijn krediet in de klas waarschijnlijk helemaal verloren was.

Met een heel klein hartje en allicht met gebogen hoofd daalde ik dan ook af!
Op zo'n moment realiseer je je dat helemaal vanachter zitten in zo'n grote zaal zijn consequenties heeft.
En dan is daar ook nog dat immense podium.

Ik mag rechts van pater Burvenich gaan staan, het meisje links. Verder weet ik om de liefde Gods niet meer wat die ene bewuste vraag was die mij in het gesprekje van toen gesteld werd, maar ik kreeg de micro in handen en het enige dat ik dan nog weet dat is dat ik een blijkbaar erg gevat en zelfs geestig antwoord gaf. Met als prettig gevolg dat ik een lachsalvo losmaakte, samen met een enthousiast applaus van de hele zaal !  (vol met die 'angstaanjagende' meisjes !?!?!). 

Ik denk dat ik het toen begreep! Als je op een podium staat en er is een micro en jij hebt die in de hand, dan zit je, zolang je die microfoon niet hoeft af te geven, aan het stuurwiel. Als je dan het hoofd bij de les houdt en je niet laat leiden door de zenuwen (en in de situatie van toen, je testosteron) dan kan je scoren!

Sindsdien heb ik vanaf dan ook elke kans om een microfoon vast te krijgen opgezocht, bij de scouts, in de jeugdclub(s), kortom gelijk waar de gelegenheid zich aanbood.

Ik herinner me ook nog dat toen we na het gesprekje weer van het podium afgingen en ik dat hele eind terug liep, dat het toen met geheven hoofd was en dat die lange afstand naar boven mij toen eigenlijk veel te kort leek

Dit is waarom wij het allemaal doen

Pas tientallen jaren later bij de begrafenis van een van onze oud leraren, hoorde ik van mijn klaskameraad van toen, Luc De Clercq dat onze EH Braeckman, die leraar Nederlands die het meemaakte en die toen ook onze titularis was, op dat moment gezegd heeft ‘dit is waar wij het allemaal voor doen’.

Had ik dàt eerder geweten, ik bedoel de waardering die hij als titularis en leraar Nederlands daarmee uitsprak, dan zou mijn zelfvertrouwen allicht toen al met 50% gestegen zijn en zou mijn extroverte leven allicht nog veel eerder begonnen zijn.

Het effect dat het nu nog heeft, is dat ik tijdens mijn opleidingen ‘Spreken voor Publiek’ ( https://www.gastspreker-harry.be/nl/gastspreker/topic-3514/Coaching+Public+Speaking+-+%27Vanzelf+sprekend%27/
 ) , in alle oprechtheid kan stellen dat ook iemand die constant een bepaalde verlegenheid voelt of die zich zelfs introvert noemt, toch ook een goede spreker kan worden! (zelfs zonder 975 fans ;-)

Als coach maak ik er een erezaak van te zoeken naar hoe een soortgelijke 'klik'  bij elke coachee een zelfde effect kan teweeg brengen! Daar doe ik het allemaal voor!


EXTRA:

Gazet van Antwerpen 19/5/17 

60 jaar, en meer dan ooit springlevend: “De Elckerlyc was de eerste cultuurtempel van ’t Stad”

Theater Elckerlyc zag in 1957 het levenslicht en groeide uit tot een begrip in de Antwerpse toneelwereld.  

Dat er een theater kwam aan de Frankrijklei is te danken aan het steeds populairder wordende Onze-Lieve-Vrouwecollege, in de volksmond ook bekend als 'het jezuïtencollege'.

“De oude college-feestzaal was aan vervanging toe en daarom werden twee huizen naast de kerk aan de Frankrijklei aangekocht. Rie Haan, de architect van het college, mocht het theater ontwerpen.
Op het gelijkvloers kwam er een zaal voor toneel en film, en op de derde en vierde verdieping kwamen de kantoren voor het PMS”, blikt Walter Van Boxem, huidig directeur van het college, terug: 
“Elckerlyc opende in 1957 en de allereerste voorstelling werd Het Dagboek van Anne Frank, met een absolute topcast op de planken. Denise Deweerdt speelde Anne Frank, Nora Snyers vertolkte de rol van haar zus Margot. Peter Van Daan werd dan weer gespeeld door de inmiddels betreurde Julien Schoenaerts. Allemaal acteurs die later een geweldige carrière uitbouwden. De reputatie was meteen gevestigd, want de zaal werd al snel een begrip in de stad." 

Elckerlyc kreeg zelfs de lovende titel van ‘Eerste cultuurtempel van Antwerpen’. En al hoorde de zaal bij het college, er werd behoorlijk vooruitstrevend geprogrammeerd. “De jezuïeten waakten over wat er werd gespeeld in de zaal. Ze hadden een heel ­katholieke visie, maar toch bleek dat niet altijd even duidelijk in de programmatie. Ze durfden hier ook wel alternatieve zaken opvoeren. Typisch jezuïeten wellicht”, lacht de directeur.

Trendsetter

De vertoonde films waren best zedig, want de Katholieke Filmliga gebruikte de zaal voor filmforums voor de Antwerpse katholieke scholen. Op vlak van toneel was de durf groter. Zo was Elckerlyc er als de kippen bij om Who's Afraid of Virginia Woolf te programmeren en de zaal toonde zich ook een trendsetter. “Het Elckerlycgenootschap, dat de zaal uitbaatte, haalde als eerste een hele reeks Nederlandse voorstellingen naar Antwerpen.”

Guy Van Vliet    Vrijdag 19 mei 2017 om 11:48


173 likes

Wenst u meer informatie?

Wenst u meer informatie omtrent de mogelijkheden voor uw evenement, of zoekt u een coach die uw communicatieve vaardigheden kan aanscherpen?
Dan kan u altijd vrijblijvend contact opnemen via volgende link: